totzoens

*) Uit Tot Zoens van Remco Campert, onder aan deze mail staat een samenvatting voor de liefhebber

Beste bijna ex collega’s,

Meer dan eens had ik hetzelfde gevoel wat geschetst wordt in ‘tot zoens’ van Remco Campert; ik had toch echt

‘Twee pestzagels van zus peezzetas en een vanderlop, astamblief.’ besteld en geen pakje sigaretten. Mijn gesprekspartner keek me dan wazig aan en het wederzijdse onbegrip was compleet. Gesprekken over veiligheid, gezondheid en milieu werden toch vaak in 2 verschillende talen gevoerd. Ik sprak en spreek blijkbaar Swahili….

Of ik werd op een maandagochtend aangesproken met de tekst: Dit weekend moest ik aan je denken, ik zag toch zo iets gevaarlijks, zoiets zou jij nooit goed vinden. Op mijn vraag ‘en wat heb je toen gedaan’ was het antwoord ‘eh, nou, niets’. Hoezo 2 werelden?

Als ik iets van T-Mobile mee neem, dan is het wel het uitdagen en het blijven leren. Ik hoop in juni de Driejarige opleiding in Professionele Communicatie bij Phoenix opleidingen af te ronden en daarnaast schrijf ik sinds anderhalf jaar gedichten. (voor de liefhebber voeg ik er eentje toe aan deze mail)

Wat ik niet ga meenemen is de omgang met mensen.

Ik ga op zoek naar iets wat ik echt leuk vind om te doen en met een welgemeend tot zoens ga ik deze zaak verlaten.

Het ga jullie goed!

Met vriendelijke groet,

ir Ruud Glijnis
Gecertificeerd Hoger Veiligheidskundige
+31638144929
ruud@glijnis.net
www.glijnis.net

https://www.linkedin.com/in/ruudglijnis/

===================================================

Eng

Weet je wat pas eng is?
Niet dat ze je afwijzen,
of je niet moeten,
Niet dat ze je buiten sluiten,
je negeren of wat dan ook.

Nee, pas als er iemand langs komt,
die je accepteert
precies zoals je bent
met al je nukken
en al je fouten,
en die toch de  verbinding met je zoekt
goed en slecht,
mooi en lelijk,
nee, dan wordt het pas eng.

====================================================

Uit ‘tot zoens’ van Remco Campert

Een keer ging ik in hetzelfde land <Spanje> een ­sigarettenwinkel in om postzegels en een envelop te kopen, producten die men zich daar naast de rookwaren kan aanschaffen. Tabacos staat er op zo’n winkel, een woord dat een beetje doet denken aan het soort Spaans dat je op je eigen houtje verzint als je nog heel jong bent.

Ik wist dat het woord voor postzegel sello was en dat een envelop een sobre was; er kon dus weinig misgaan, dacht ik. Maar de winkelier keek me wanhopig aan toen ik mijn bestelling had geplaatst en begon weifelend achter zich te tasten naar een sigarettenmerk waarvan hij bijna zeker wist dat het niet bestond.

Later, toen alles op zijn pootjes was terechtgekomen, vroeg ik me af hoe het nu allemaal geklonken zou hebben als het Nederlands was geweest.

Ongeveer zó, vermoed ik.

‘Goedegommel.’ (Dat is mijn ochtendgroet bij het binnenkomen van de winkel.)

‘Wat wenst u?’ (De winkelier heeft al iets schichtigs in zijn blik gekregen.)

‘Twee pestzagels van zus peezzetas en een vanderlop, astamblief.’

‘Wélk merk zei u precies?’

De winkelier begint aan een lange opsomming van zijn sigarettenmerken.

Ik begrijp dat er iets niet goed is gegaan.

‘Nee, nee, geen sigoeretzums. Ik wil hebben poeszeggers en een ankerdop. Asserbieft.’

De winkelier helpt eerst een paar andere klanten en drukt me dan een doosje lucifers in de hand.

Verdomme, ik spreek het toch zeker duidelijk genoeg uit. ‘Poostzeven,’ bijt ik hem toe. ‘Twee van zus. En een anvulflop.’

Wat kán hij bedoelen? zie ik de winkelier denken.

En hij zegt, zijn moerstaal sterk vereenvoudigend: ‘Wij deze niet hebben.’

Hij deze niet hebben? Dat wil er bij mij niet in.

‘Wat?! U niet hebben portvlegels en een appulloep?’

‘Neen. Wij hebben Kameelfilter, Marobórolo en Felipe Maurice. En natuurlijk heerlijke sigaremanze en pipotabakkos.’

Gelukkig komt er nu een klant binnen die ook postzegels moet hebben en ik begin opgewonden knikkend op de te voorschijn gebrachte zegels te wijzen. De winkelier begrijpt me en even later heb ik er twee van zus te pakken en kort daarop mijn vanvulvop.

‘Muy bien, muy bien’, zegt de winkelier zoals men tegen een kind spreekt dat een eenvoudige optelsom tot een goed einde heeft gebracht.

‘Hel god, hel god’, echo ik tevreden.

En met een welgemeend ‘tot zoens’ verlaat ik de zaak.

============================================================